Cursus les 1 - Hoe begin je met filmen?

Cursus les 1 - Hoe begin je met filmen?

Video is overal. Op social media, websites, in advertenties en natuurlijk op YouTube. Maar hoe begin je eigenlijk met filmen? Videografie is namelijk meer dan alleen filmen. Het draait om sfeer, beeldtaal en het vertellen van jouw verhaal, op een manier die bij jou past. Wat heb je nodig en waar moet je op letten? We vertellen je stap voor stap de benodigdheden zodat jij je eerste beelden kunt maken.

Bepaal wat je wilt gaan filmen

Voordat je begint, is het handig om na te denken over wat je wilt gaan maken. Misschien wil je vlogs opnemen over je dagelijks leven of je werk. Of werk je liever met een script en acteurs aan een korte film. Je kunt ook denken aan uitlegvideo’s voor YouTube, documentaires over onderwerpen die je belangrijk vindt of bedrijfsvideo’s waarin je laat zien wat een organisatie doet. Ook social content voor platforms zoals Instagram of TikTok is populair en laagdrempelig. Je hoeft niet meteen te kiezen. Door verschillende stijlen uit te proberen, ontdek je vanzelf wat het beste bij jou past.

Welke apparatuur heb je nodig?

Om te beginnen met filmen heb je echt geen dure camera nodig. Veel moderne smartphones filmen al in hoge kwaliteit en zijn ideaal om de basis onder de knie te krijgen. Wil je meer controle over dingen zoals scherpte, belichting en kleur? Dan is een systeemcamera of videocamera een logische volgende stap. Wil je juist meer actieve handelingen vastleggen waarbij de camera nat kan worden of beschadigd kan raken? Dan is een action camera de beste keuze. Kies een model dat past bij jouw manier van werken én bij je budget. En als je gaat investeren, doe dat dan liever in een goede lens dan in een dure body. Een kwalitatieve lens maakt vaak het grootste verschil in je beeld.

Naast een camera of smartphone zijn er een paar dingen die je werk meteen beter maken. Een stevig statief of gimbal zorgt voor stabiele beelden. Een externe microfoon levert veel beter geluid dan de ingebouwde variant, en dat is minstens zo belangrijk als goed beeld. Bij binnenopnames of op donkere locaties is extra verlichting handig. Vergeet ook niet om reserve batterijen en geheugenkaarten mee te nemen. Daarmee voorkom je dat je halverwege een opname moet stoppen. Met deze basisset kun je al verrassend professioneel aan de slag. Wil je met een uitgebreidere set beginnen? Dan kan je bijvoorbeeld een cage om je camera bouwen, waarop je extra’s zoals een grotere accu voor langere batterijduur of een externe monitor kunt bevestigen.

De belangrijkste instellingen van je camera

De belichting van je foto wordt bepaald door drie instellingen die samen in balans werken: de belichtingsdriehoek. Deze bestaat uit ISO, diafragma en sluitertijd. Met deze drie heb je zelf in de hand hoe jouw beeld eruit komt te zien.

ISO waarde

De ISO bepaalt hoe lichtgevoelig je camera is. Dit wordt uitgedrukt in een getal dat meestal begint bij 100 en kan oplopen tot boven de 100.000. Hoe hoger de ISO, hoe gevoeliger de sensor, maar ook hoe meer ruis er in je beeld verschijnt.

Elke camera heeft ook een Native ISO-waarde. Dat is de ISO waarop je sensor het meest efficiënt werkt, met de hoogste beeldkwaliteit, het grootste dynamisch bereik en de minste ruis. Je vindt deze waarde vaak in de handleiding of op de website van de fabrikant. Bij veel camera’s ligt dit rond ISO 200 of ISO 400, maar bij specifieke videocamera’s kan dit ook ISO 800 zijn. Bij daglicht film je het liefst op de Native ISO. In donkere situaties kun je de ISO verhogen, maar hoe hoger de waarde, hoe meer ruis (korreltjes) je beeld minder strak maakt. Deze waarde wil je dus eigenlijk niet veranderen.

Hoe hoger je ISO hoe meer ruis in je beeld

Diafragma

Het diafragma bepaalt hoeveel licht er door je lens komt. Een laag getal zoals f/1.8 betekent een grote lensopening wat veel licht binnen laat wat zorgt voor een mooie, onscherpe achtergrond. Hier kun je mooie filmische beelden mee maken. Een hoog f-getal, zoals f/8 of f/11, laat minder licht door maar zorgt ervoor dat alles scherp in beeld is. Dit is vooral geschikt voor landschapsfoto’s of scènes waarin je veel verschillende mensen wilt vastleggen.

Sluitertijd

De sluitertijd bepaalt hoe lang elk beeld belicht wordt. Hiervoor is een handige vuistregel: gebruik het dubbele van je framerate om jouw beelden zo natuurlijk mogelijk eruit te laten zien. Film je op 25 beelden per seconde? Gebruik dan een sluitertijd van 1/50 seconde. Film je op 50 beelden per seconden, dan gebruik je een sluitertijd van 1/100. Zo krijg je vloeiende, natuurlijke bewegingen. Een te hoge sluitertijd zorgt namelijk voor schokkerige beelden omdat elk beeld volledig belicht is. Een te lage sluitertijd zorgt juist voor bewegingsonscherpte. De sluitertijd wil je dus eigenlijk nooit veranderen.

Kom je in een situatie waarin het té licht is om je diafragma ver open te zetten voor een mooie onscherpe achtergrond? Dan kun je een ND-filter gebruiken. Dit is een stukje donker glas waarmee je je diafragma open kunt houden, zonder dat je ISO of sluitertijd hoeft aan te passen. Sommige camera’s hebben een ingebouwd ND-filter, maar je kunt ze ook als los filter voor je lens gebruiken.

Scherpstellen

Moderne camera’s hebben vaak goede autofocus, vooral als ze gezichtsherkenning hebben. Dit is handig als je jezelf filmt of als je onderwerp veel beweegt. Maar autofocus is niet altijd perfect. Soms zoekt de camera te veel naar een focuspunt, wat kan leiden tot schommelingen in je beeld. Dit kan erg storend zijn. Bij interviews, productvideo’s of landschappen is handmatig scherpstellen vaak beter. Als je camera focus peaking ondersteunt, kun je daarmee precies zien wat scherp is in je beeld.

Witbalans instellen

De witbalans bepaalt hoe je camera kleuren weergeeft onder verschillende soorten licht. Elk type licht heeft een eigen kleurtemperatuur. Film je buiten op een zonnige dag, stel dan in op “Daylight” of 5500K. Sta je binnen onder warm licht, kies dan voor “Tungsten” of 3200K. Werk je met vaste LED-lampen, dan stel je handmatig in op bijvoorbeeld 5600K. Gebruik liever geen automatische witbalans, want die past zich constant aan tijdens het filmen. Dat kan leiden tot kleurverspringingen die lastig zijn om achteraf te corrigeren.

Kleurtemperatuur in Kelvin betekent dat lage waarden warm/geel zijn en hoge waarden koel/blauw

Dit zijn de belangrijkste stappen die je moet nemen voordat je aan je eerste video begint. 

De opdracht

Film eenzelfde scène drie keer, telkens met een andere instelling. Begin met het variëren van de ISO (100, 400, 1600, 3200) terwijl sluitertijd en diafragma vaststaan. Daarna verander je de sluitertijd (1/50s, 1/200s, 1/1000s) met vaste ISO en diafragma en tot slot film je met verschillende diafragma’s (f/4, f/8, f/16) terwijl ISO en sluitertijd gelijk blijven. Bekijk het resultaat en let op het verschil in licht, sfeer en scherpte.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.